Het aannemen van de Beker der Duivelen
Het zal wel niet de toestemming hebben van dominee C.J. Meeuse uit Goes, auteur van het leerzame Schijn bedriegt. Een christelijke visie op toneelspel en speelfilm. Deze liet zich onlangs in het Reformatorisch Dagblad ernstig vermanend uit tegen opvoering van de Mattheus Passion. Zo stelde hij:
"Hierbij worden gedeelten uit gods woord op muziek gezet en door profane personen gezongen. Zij nemen dan de liefelijkste woorden uit de bijbel, de woorden die het leven zijn van een gelovige. Was dit niet een van de diepten des satans? Wij behoren ons aangezicht hiervan af te keren. U zit aan het avondmaal en neemt de beker des heeren aan, terwijl u hierna de beker der duivelen neemt. Wilt u in de tempel van god zitten en dan in de tempel der afgoden gaan?”
Maar onlangs zong mijn moeder mee in de hierboven getoonde versie van dit stuk met het duivelse Haags Toonkunstkoor, die de harten van velen met hun perfide boodschap wist te beroeren. Moet ik nu vrezen voor haar zieleheil? Want in de hel klinken natuurlijk geen zoete klanken, louter "geweeklaag en knarsen der tanden" (Mattheus 24:51). Overigens heeft dominee Meeuse een onverwachte medestander in Hans Teeuwen, die al eerder zijn eigen vraagtekentje bij Bach plaatste. Zo is het niet uitgesloten dat Johan Sebastian Bach tijdens het schrijven van zijn composities jonge hondjes tegen de muur gooide. Dergelijk gedrag is natuurlijk niet te rechtvaardigen.




Leontine
Het is wel een open deur, maar oke, daar ga ik dan. Wij gaan al meer dan 10 jaar naar de Matthäus Passion, en iedere keer word ik weer getroffen door de prachtige muziek in perfecte combinatie met die tekst. Zoiets moois kan gewoonweg niet slecht zijn. Ik heb eerlijk mijn buik vol van al die lui die het zo goed weten. Waar baseren ze in Godsnaam hun stellingen op? Profane personen?? Ik vind het blasfemisch als z’n dominee mensen, die met hart en ziel dit prachtige stuk zingen, anderen beroeren, even boven het alledaagse uittillen en gelukkig maken (tenminste dat gebeurt met mij), op zo’n arrogante manier veroordeelt. Mensen als jouw moeder, Jabir, beantwoorden m.i. veel meer aan de bedoeling van God, dan die vingerwijzende, vreugdevertrappende, ouwerwetse, kokerkijkende, starre, geluksdovende zuurpruimen! So, dan ben ik kwijt. Een kus aan je moeder, en laat die lui maar kletsen.